Het verschil tussenkabelgootEnkabelgoot
◉1. De afmetingen verschillen. Een brugconstructie is relatief groot (200 × 100 tot 600 × 200 mm), terwijl een kabelgoot relatief klein is. Bij veel kabels en draden is het aan te raden een brugconstructie te gebruiken.
◉2. De materiaaldikte is verschillend. Volgens JGJ16-2008-5.1metalen kabelgootEen kabelgoot, ook wel sleufbrug genoemd, wordt over het algemeen gemaakt van 0,4-1,5 mm dik plaatstaal dat gebogen en in sleuven gevormd wordt. Conceptueel verschilt het van een kabelgoot door de hoogte en breedte van de plaat, de ondiepe en brede plaatdrager en de gesloten metalen kabelgoot met een bepaalde diepte. Een kabelgoot is echter robuuster dan een kabelgoot en wordt vaker gebruikt voor het leggen van kabels. Uiteraard kunnen er ook draden doorheen lopen, meestal in combinatie met krachtige stroomsystemen.
◉3. De vulgraad is anders. Volgens JGJ16-20088.5.3 mag de totale doorsnede van draden en kabels in de kabelgoot niet meer dan 20% van de doorsnede van de kabelgoot bedragen, en mogen er niet meer dan 30 stroomvoerende geleiders in zitten. In een brugconstructie mag de totale doorsnede van kabels niet meer dan 40% van de doorsnede bedragen. Dit komt doordat de installatiehoogte verschilt. Bij een lagere installatiehoogte is een afdekking noodzakelijk, maar een afdekking zorgt voor een slechte warmteafvoer, waardoor de vulgraad lager moet zijn.
◉4. Verschillende soorten afdichting. Metalen kabelgoten zijn beter, hebben niet per se steunbeugels nodig en kunnen in kabelgoten en op tussenverdiepingen van gebouwen worden gelegd. Kabelgoten zijn soms halfopen en vereisen steunbeugels. Binnen of buiten het huis worden ze meestal in de lucht geplaatst.
◉5. Verschillende sterkte. Kabelgoten worden voornamelijk gebruikt voor het leggen van stroomkabels en besturingskabels, kabelgoten hebben een lagere sterkte en worden meestal gebruikt voor het leggen van draden en communicatiekabels, zoals internet- en telefoniekabels.
◉6. Verschillende buigradii. De buigradius van bruggen is relatief groot, waardoor de meeste kabelgoten haakse bochten maken.
◉7. Verschillende overspanningen. De overspanning van de brug is relatief groot, het kabelkanaal relatief klein. Daardoor is het verschil in de vaste beugels groot, en is het aantal steunbeugels ook groot.
◉8. De afstand tussen de ophangbeugels verschilt. Volgens JGJ16-2008 mag de afstand in het leidingkanaal niet meer dan 2 meter bedragen, terwijl deze bij bruggen 1,5 tot 3 meter is.
◉9. De installatie is anders. Bridge heeft een speciale specificatie (zie CECS31.91), en er is geen speciale specificatie voor het vaste draadkanaal.
◉10. Plus het probleem met de afdekplaat. In CECS31 "ontwerpspecificatie voor stalen kabelgoten" wordt de term 'brug' in de definitie als algemene term gebruikt en 'afdekking' als bijlage. In JGJ16-20088.10.3 wordt vermeld dat als de installatiehoogte van de brug niet aan de eisen voldoet, een beschermende afdekking moet worden toegevoegd. Dat wil zeggen dat de definitie van het woord 'brug' de afdekplaat niet omvat. In GB29415-2013 "brandwerende kabelgoot" wordt de kabelgoot echter als één geheel beschouwd, inclusief de afdekplaat.
→ Voor alle producten, diensten en actuele informatie kunt u terecht bij...neem contact met ons op.
Geplaatst op: 29 september 2024

